Sociale Top – 5 oktober 2016: toespraak van Rudi Vervoort, Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Sociale Top – 5 oktober 2016: toespraak van Rudi Vervoort, Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Geachte collega’s,

Geachte leden van de Economische en Sociale Raad,

Sinds mijn aantreden in de regering beleef ik elk jaar opnieuw met genoegen dit moment waarop we elkaar ontmoeten aan het begin van het nieuwe parlementaire jaar. Zoals we onderling zijn overeengekomen bij de uitwerking van de Strategie 2025 zullen we elkaar blijven ontmoeten met een regelmaat die zal afhangen van de permanente opvolging en de evaluatie van de doelstellingen die we voor onszelf hebben vastgelegd.

Op het BESOC en het uitgebreide BESOC van afgelopen juni hebben we de vooruitgang die in de loop van het eerste uitvoeringsjaar van de Strategie 2025 in talrijke dossiers werd geboekt onder de aandacht kunnen brengen.

Vanaf het einde van de zomer zijn de stuurcomités van de 18 doelstellingen samengekomen om de sociale top voor te bereiden. In overeenstemming met de in dat meerjarenactieplan goedgekeurde methodologie werden de prioriteiten voor het jaar vastgelegd. U weet het: die stuurcomités zijn samengesteld uit één of meer regeringsleden, bijgestaan door de betrokken besturen en diensten, en een afvaardiging van de Economische en Sociale Raad. Aan ons om erover te waken dat de ingezette dynamiek niet stilvalt en we samen de omstandigheden bepalen waarbinnen dit werk de komende negen jaar continu zal kunnen gedijen!

Het resultaat van die prioriteitenstelling is in een tabel met 86 prioriteiten gegoten. We gaan het engagement aan om die in de loop van dit jaar in de praktijk om te zetten.

De nodige middelen voor die 86 prioriteiten worden op 61.000.000 EUR geschat, een aanzienlijke inspanning.

Onder de talrijke prioriteiten voor dit jaar citeren we graag de doelstelling ter ondersteuning van de sectoren met behoorlijk wat jobkansen voor de Brusselaars, aangezien die onze gemeenschappelijke wil toont om elk vanuit onze rol te werken aan een economische, en dus sociale bloei van ons gewest. De acht activiteitendomeinen zijn gekozen in overleg met de sociale partners en bieden een brede waaier van beroepen in volle ontwikkeling, en zo ook kansen aan de Brusselse werknemers.

De industriële beroepen behoren tot de beroepen die kwaliteitsjobs voor de Brusselaars creëren. In dat opzicht herinnert de actualiteit ons eraan dat het economische weefsel van het gewest al jaren getroffen wordt door een belangrijke industriële neergang. Talrijke industriële activiteiten verlaten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en verkiezen zich elders te vestigen, wegens een gebrek aan beschikbare industrieterreinen, de strenge voorschriften voor een industriële uitbating binnen een stadsweefsel, en de toenemende moeilijkheden wat de bereikbaarheid voor hun werknemers en het goederenvervoer betreft. Met de industriële werkgelegenheid moet dus zorgvuldig worden omgegaan.

Daarom zal een Brussel industrieplan worden uitgewerkt in samenspraak met de sociale partners.

Ook het voornemen om een nieuwe zetel te openen voor het MAD, een centrum gewijd aan de scheppende mode- en designberoepen, past in de ondersteuning van de economische sectoren die zorgen voor een kwaliteitsvolle werkgelegenheid.

De Jongerengarantie vormt een andere fundamentele doelstelling en telt een dertigtal maatregelen verspreid over zes thematische pijlers alsook een transversale pijler, waardoor de algemene coördinatie onder mijn hoede staat, in samenwerking met de minister van Werkgelegenheid, om de stakeholders rond één enkel belang te verzamelen: dat van de jongeren en hun duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt.

Alle maatregelen zijn afgestemd op de bestrijding van de jeugdwerkloosheid en/of een verhoging van het algemene competentieniveau van de jonge Brusselaars tussen 15 en 25 jaar. Een ontzettend belangrijke uitdaging voor de toekomst van Brussel!

Ter bevordering van plaatselijke partnerships en ter bestrijding van het schoolverzuim zetten we de oprichting van de plaatselijke informatieplatforms binnen de Brusselse gemeenten voort, zodat we de jongeren bijstaan om stukje bij beetje een beroepspad uit te stippelen.

Het Brusselse programma voor het onderwijs is een andere doelstelling die ik rechtstreeks aanstuur. Het kent talloze prioriteiten, in de eerste plaats de uitvoering van de ‘schoolcontracten’, naar het model van de wijkcontracten. Het project wil de Brusselse onderwijsinstellingen met een lager schoolbezoek aantrekkelijker maken, met gebruik van alle bestaande gewestelijke hefbomen, en in samenwerking met de gemeenten, door te investeren in de schoolomgeving (mobiliteit, groene ruimte, straatverlichting, uitrusting,…). Beginnen doen we met een proefproject dat, als het succesvol blijkt, veralgemeend zal worden via een projectoproep.

Aangezien de schoolgebouwen aan renovatie toe zijn, lanceren we een financieringsplan voor de modernisering van de Brusselse scholen via verschillende bestaande hefbomen, om hun kwaliteit en die van hun collectieve voorzieningen te verbeteren. Het ‘renovatieplan’ zal ook worden ondersteund vanuit een op te richten structuur die belast zal zijn met de uitvoering van renovatieklussen in en aan de scholen.

Tot slot proberen we in Brussel het aantal immersieklassen in het basisonderwijs op te trekken, door na te gaan wat de verruiming van deze leervorm belemmert of aanmoedigt.

Tot zover het drukke programma voor het tweede jaar van de tenuitvoerlegging van de Strategie 2025.

Vele werknemers beleven zware tijden. Net wegens die onrust zijn we het aan onszelf verplicht om de samenwerking tussen overheden en sociale partners voort te zetten en te versterken, zodat we oplossingen met een toekomst kunnen aanreiken. Dit alles verloopt niet altijd rimpelloos. We beloven elkaar te ontmoeten, elkaar op de hoogte te houden, vóór de beslissingen overleg te plegen met alle stakeholders, om daarna soms te moeten vaststellen dat de tijd daartoe ons ontbreekt… Volgend jaar zullen we beter doen!

 

We geven elkaar nu al afspraak voor juni, om de balans op te maken van dit jaar. Op dat moment zal ik het BESOC en het uitgebreide BESOC met de gemeenschapspartners samenroepen, opdat de uitstekende samenwerking die we al van bij de aanvang van de werkzaamheden aan de strategie konden vaststellen, onveranderlijk moge voortduren.

 

Rudi Vervoort

Minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

 

Geplaatst in