Sociale Top – 5 oktober 2016: toespraak van Philippe VAN MUYLDER, Voorzitter van de Economische en Sociale Raad

Sociale Top – 5 oktober 2016:
toespraak van Philippe VAN MUYLDER, Voorzitter van de Economische en Sociale Raad

Op 21 juni jl. hebben de sociale partners ter gelegenheid van de vorige sociale top verklaard dat de economische en sociale dialoog in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de goede richting uitgaat.

En over de Gedeelde prioriteiten beleden ze hun geloof in het feit dat het aan ons (de regering en de sociale partners) toekomt om ‘de gelegenheid die ons (wordt) geboden [te] benutten om deze nieuwe manier waarop de Brusselse normen worden uitgewerkt verder te ontwikkelen’.

 

De Economische en Sociale Raad blijft tot op vandaag dezelfde mening toegedaan: hij wenst dat die methode, deze stemming, deze samenwerking met de regering verder resultaten blijft opleveren.

 

Voor een vruchtbare dialoog moet een tweetal voorwaarden verenigd zijn: wederzijdse luisterbereidheid en respect.

Wat het respect aangaat, zit naar mijn mening alles goed.

In het bijzonder omdat wij weten dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een legitieme regering is, en dat zelfs de methode van de Gedeelde prioriteiten haar geenszins tot een soort van ‘resultaatsverbintenis’ met het sociaal overleg verplicht, in die mate dat ze perfect gerechtigd is om anders te beslissen dan wat de sociale partners vragen, ook al zouden die laatsten eensgezind zijn.

Wat de wederzijdse luisterbereidheid betreft, kan het daarentegen niemand ontgaan zijn dat er zich verschillende problemen hebben voorgedaan.

Voor de Strategie 2025 geldt misschien geen resultaatsverbintenis, maar ze legt zeker wel een ernstige inspanningsverbintenis op aan de regering en aan de sociale partners: een verplichting om aandachtig naar elkaar te luisteren en het driepartijenoverleg alle kansen te geven, waarvan we allen weten en verklaren dat het één van de succesvoorwaarden is voor de economische en sociale ontwikkeling van ons gewest.

Nochtans kunnen we niet om de volgende vaststellingen heen: de aandachtspunten die we op 21 juni hadden aangekaart (en vervolgens ook op 22 juni, in een brief aan het regeringshoofd), zijn op 29 juli  weliswaar per brief beantwoord door de minister-president, maar … wachten nog altijd op hun eerste aanzet tot uitvoering.

Om de aandacht te vestigen op de tastbare en gunstige resultaten van de Strategie 2025, heeft de raad in de voorbereidende vergaderingen voor deze top dus gevraagd om oplossingen te vinden voor, of uitvoering te geven aan verschillende dossiers:

 

de beleidsmaatregelen in de nasleep van de aanslagen

(zij het buiten het kader van de S2025)

met een vraag van verlenging van de gewestelijke maatregelen
het reconversiebeleid met een duidelijke vraag om maatregel 13 van doelstelling 5 van pijler 2 toe te voegen aan de prioriteiten van 2016-2017 (‘volwaardige omscholingscellen werk/opleiding in het leven roepen, met de actieve deelname van de sectorale vakbondsorganisaties’)
ook de dossiers waarover in juni en juli een briefwisseling is gevoerd met de minister-president
  • het doelgroepenbeleid (timing & phasing-out)
  • de deelname van de sociale partners aan het beheer van de Haven van Brussel (het AREC-vraagstuk is inmiddels geregeld)
  • het mobiliteitsbeleid behandelen als een gedeelde prioriteit
  • wat de gewestelijke fiscaliteit betreft (voortaan) aandachtig luisteren naar de sociale partners …
Tot slot heeft de raad – evenzeer buiten het kader van de S2025 – ook een grotere betrokkenheid van de interprofessionele sociale partners gevraagd bij de oprichting van Iriscare en in het kader van het gewestelijke plan voor gezondheid en welzijn.

 

Op de voorbereidende vergaderingen voor de top waren uw medewerkers bereid verschillende van de verwachte antwoorden te geven.

Wij danken u voor uw bevestiging.

Voor het jaar 2016-2017 is onze hoofdbekommernis de volgende: hoe zal u ons betrekken bij het overleg over het gewestelijke plan voor duurzame ontwikkeling?

In deze fase bevestigen wij u onze belangstelling voor een gemeenschappelijke denkoefening over in het bijzonder:

  • de grote investeringen (doelstelling 6);
  • de handel (doelstelling 8);
  • en de 10 prioritaire domeinen van doelstelling 10 (industrie, toerisme, digitale economie, enz.).

Philippe Van Muylder

Voorzitter van de ESRBHG

 

Geplaatst in