Sociale Top – 5 oktober 2016: toespraak van Didier Gosuin, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Economie en Tewerkstelling

Sociale Top – 5 oktober 2016:
toespraak van Didier Gosuin, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Economie en Tewerkstelling

Geachte dames en heren ministers,

Beste collega’s,

Geachte dames en heren leden van de Raad van Bestuur van de Economische en Sociale Raad,

Geachte sociale partners,

 

We zijn hier vandaag opnieuw samen om de prioritaire socio-economische werven voor het komende jaar te bepalen.

 

En dat is een hele opdracht in deze sombere economische tijden vol herstructureringen en collectieve ontslagen waarin ons Gewest zich bevindt. Zo werden er in 2015 bij Delhaize 1.800 medewerkers ontslaan, onder wie 136 Brusselaars. Verder zullen er 1.700 ontslagen vallen bij ING en 650 bij Axa, waarvoor nog niet geweten is hoeveel Brusselaars getroffen zullen zijn.

We zullen de Waalse en Vlaamse ministers en actoren van Werk en Beroepsopleiding vragen een crisiscel op te richten om een sociaal noodplan uit te werken voor de outplacement van de werknemers die het slachtoffer werden van een collectief ontslag, in toepassing van het samenwerkingsakkoord van 2005 betreffende de interregionale mobiliteit van de werkzoekenden.

Ik ben er ook van overtuigd dat de Brusselse tewerkstellingscellen die werken rond de omscholing van werknemers versterkt moeten worden. Dat is een van mijn prioriteiten. Ik heb onlangs een ontmoeting gehad met Axa hieromtrent en we hebben gepraat over het belang van de validering van de competenties van de werknemers bij deze omscholing. De validering van de competenties zou geactiveerd moeten worden voordat er herstructureringen plaatsvinden in bedrijven in moeilijkheden en ze zou veralgemeend moeten worden in de bedrijven om de competenties die op de werkvloer verworven zijn officieel te erkennen. Het komt er dus op aan de mobiliteit van de werknemers en de overgangen tussen verschillende statuten beter te begeleiden door te anticiperen op de economische veranderingen en de veranderingen op de arbeidsmarkt.

 

In twee jaar tijd hebben we met de steun en de inzet van de sociale partners verschillende projecten op de rails gezet om de Brusselse economie te stimuleren. We hebben wijzigingen aangebracht in beleidsdomeinen die al meerdere jaren geen veranderingen meer hadden gekend.

 

Zoals u weet, heb ik me er eerst en vooral op toegelegd de Brusselse jongeren een toekomstperspectief te bieden, wat een absolute prioriteit van deze Regering is. En de resultaten zijn bemoedigend! In september 2016 bedroeg de jeugdwerkloosheid 24,9%, tegenover 26,2% voor dezelfde periode in 2015 en 28,6% in 2014. Dit is het laagste percentage van de voorbije kwarteeuw. Ik durf voorzichtig te stellen dat ik er de eerste effecten van de Jongerengarantie in zie. Voortaan werken alle overheidsactoren die in Brussel actief zijn op het gebied van opleiding en tewerkstelling samen en hebben ze gemeenschappelijke doelstellingen.

 

Daarnaast zijn we ook van start gegaan met een grondige studie van het doelgroepenbeleid, een erfenis van de zesde staatshervorming. Hoewel de geldtransfers naar Vlaanderen en Wallonië te voorspellen waren, zijn de overgehevelde bedragen op zijn zachtst gezegd verbazingwekkend: 38% van de Brusselse middelen gaan naar werknemers die in Vlaanderen en Wallonië gedomicilieerd zijn. En slechts 4% van de middelen komt ten goede aan jongeren, terwijl die onze hoofdprioriteit zijn. De principes van de hervorming zijn goedgekeurd, er is voortdurend overleg met de sociale partners en de wetteksten worden verwacht tegen december.

 

Wat de bevoegdheid Economie betreft, hebben we ook vooruitgang geboekt. Zo hebben we de rationalisering van de economische tools, die een belangrijke plaats binnen de Strategie 2025 inneemt, goed en wel op de rails gezet. Een aantal voorbeelden daarvan zijn de oprichting van een uniek loket, de 1819, de hergroepering van de actoren en de uitwerking van een coherent gewestelijk aanbod van bedrijfsoplossingen.

 

De hervorming van de facultatieve subsidies werd volledig voltooid en wordt nu al toegepast. Zo hebben we al meerdere thematische projectoproepen gelanceerd. Elk van hen beschikt over een jury van deskundigen, hun eigen tijdsbestek en hun eigen reglement.

 

Dit tweede jaar werd opnieuw gekenmerkt door de uitdaging van de overname van de bevoegdheden in het kader van de zesde staatshervorming, die een enorm grote impact heeft op het werkgelegenheidsbeleid. Met als gevolg een enorme hoeveelheid wetgevend werk, de nood aan een nauwgezette budgettaire opvolging, maar ook het belang van gestructureerd overleg met de twee andere gewesten, het federale niveau, wat geen sinecure is, en met alle sociale partners ten gunste van de werknemers, de werkzoekenden en de bedrijven.

Geplaatst in